BEZOEK OOK EENS ONZE THEMASITE HAMELEN EN WAAR KEEK JIJ VROEGER NAAR?

1969 Het Parool - Vijftig dagen op weg naar Oebele

Zaterdag 1 november 1969

Edison voor buitengewoon frisse produktie

door Wim Jungmann

Het Parool 1 november 1968Oebele is - volgens de tekst van het liedje waarmee dit KRO-kinderprogramma besluit of besloot (al naar het moment waarop u deze pagina opslaat) - Hupsakee, hupfalderie en jippiejee.

Volgens de jury, die jaarlijks de Edisons voor lichte muziek toekent is Oebele, de elke vier weken op de televisie terugkerende kindermusical, bovendien een “Buitengewoon frisse productie”. De jury: “Welkom in Oebele en de nieuwe liedjes van Oebele, waarbij naast de aanstekelijke vertolkingen (van onder anderen Wieteke van Dort en Willem Nijholt) en de voortreffelijke teksten (van onder anderen Harry Geelen) opnieuw de grote produktiviteit en inventiviteit bij Joop Stokkermans opvielen, werden door de jury met een Edison op het belangrijke en het moeilijke terrein van het kinderrepertoire beloond”.
Reden genoeg om zo’n Oebele eens op de voet te hebben gevolgd.
Het Edison-beeldje houdt het bekroonde team te goed tot februari volgend jaar, als de officiële uitreiking zal plaatsvinden.

Studio
Drie moment-opnamen uit het korte leven van de Oebele van vanmiddag.
Voor de eerste moest ik twee weken geleden ’s morgens zijn in Nederhorst den Berg. In het koetshuis bij het kasteeltje waarin Dick van der Meer en compagnon hun geluidsstudio exploiteren. Beneden de studio, trapje op naar de regie-, regel- en controlekamer, gescheiden en verbonden door een groot venster.
Beneden staat Willem Nijholt (Koen). Hij kijkt naar boven. Dick van der Meer start nog weer eens de band die de vijftien Oebeler muzikanten gisteren hebben volgespeeld. Teken van Bram van Erkel door de ruit, Koen zet in: “In het Oebeler slot aan de rand van de stad, daar wonen twaalf spoken…” Iedereen boven, vooral Joop Stokkermans, want het is tenslotte zijn muziek, luistert scherp mee. De wijzertjes op het geluidspaneel slaan driftig op de maat mee. Met “…je moet je, geloof me, nooit bang laten maken door spoken, want kijk ’t is een mens in een laken” eindigt het lied. Koen maakt er de mimiek en het gebaar bij van een goochelaar die zijn truc onthult.

Bram van Erkel en Joop Stokkermans kijken elkaar aan. Houden zo? Willem Nijholt vraagt via de microfoon of het slot nog even opnieuw mag. Als hij dat wil, dan kan dat. Weer laat Van der Meer zijn muzikanten achteruit hollen. Nieuwe start, nieuw teken: “…je moet je, geloof me…” Houden zo! “Leuk hoor!” Dat was dat. Volgende liedje.
Als met een legpuzzel in een legpuzzel is het team van half negen af bezig met fase twee van het muzikale deel. Wie klaar is gaat weg. Als eerste Wieteke van Dort omdat ze op deze morgen ook nog moet repeteren bij haar gezelschap De Nieuwe Komedie, na haar Ab Hofstee, na hem Willem Nijholt. Voor Herman Vinck is er vanmiddag nog wat te doen met het koor.
Fase drie komt ’s middags aan de beurt. Voor de anderen wegwandelen naar een uitsmijter in de herberg vraagt Dick van der Meer: “Hoe laat komt het koor?” “Om één uur, hè?” René Sleven, die het allemaal regelt, knikt bevestigend. “Tot straks dan.”
Aan tafel tussen de happen door. “Lekkere liedjes, deze keer.” “Ja, allemaal een beetje bang erin maar wel met een dubbele bodem.” “Wat hadden we gisteren een goede strijkers.” “Allicht, het omroeporkest was vrij.” Telefoon voor meneer Van Erkel. “’t Was Dick. Het koor is er. Of we komen…”

Bus
Voor het koetshuis staat de bus uit Amsterdam. In het koetshuis praten 26 kinderen tussen 10 en 12 jaar, 23 meisjes en 3 jongens, allemaal tegelijk. Ze zijn een selectie van dirigent (“Doet u mijn groeten aan meneer Knap van het Dagboek”) Henk van der Velde uit zijn ruime collectie koren.
Fase drie, nu met Oom Bram, Oom Joop, Oom Dick en Oom Herman, kan beginnen.
Bram van Erkel, nu 37 jaar, stond voor hij in 1961 bij de tv binnen stapte (bij de AVRO), tien jaar voor de klas. Laatstelijk zoals dat heet in Capelle aan de IJssel als hoofd ener openbare lagere school.
Kwart over een: het inzingen van de speciale coupletten in het welkomstlied. Er gaat een uur mee heen voor aan het volgende liedje kan worden begonnen. Halverwege dat uur “Stop even”, zegt oom Bram, “Lidy in je tekst staat “feestverlichting aangebracht”, maar ik hoor aangedracht. Je vergat de Bee van Bram. En een beetje blijer graag. ’t Is feest hè.” (Ja, je kunt aan Van Erkel horen dat hij uit het onderwijs komt).

De microfoon, die in de regiekamer alles doorgeeft wat er in de studio niet al te ver van een microfoon gezegd wordt, verraadt een twaalfjarige met: “Ik word gek van Oebele.” Ze lachen boven. “Dat was Heleentje zeker”, zegt Joop Stokkermans. ’t Is ook wel moeilijk. Wat ze in de afgelopen dagen bij de piano hebben geoefend, moeten de jonge artiesten nu inzingen bij het orkest. Maar om drie uur is er limonade-pauze en om vijf uur “’t Is toch nog vlot gegaan”, als alles op de band staat zoals het team het heeft bedoeld is er weer limonade.

Dansschool
Tweede momentopname: maandag 27 oktober, ’s ochtends om half negen, zaal 2 op de tweede verdieping van Dansschool De Jong aan de Amsterdamse Reguliersgracht. Gelijkvloers wordt zaal 1 geklaard van de restanten en wanorde van de vorige avond.
In die holle en lege zaal 2, regisseur Van Erkel gebarende met het groene script in de hand: Bij die twee stoelen is het poortje van het park, daar is het kampvuur en daar, bij die piano, het museum met de geforceerde deur”. De acteurs, ook de groene vellen in de hand, drommen - minisamenscholing op een leeg plein - om hem heen.
Midden in die kale danszaal, op een iel tafeltje de bandrecorder, als de proviandtrommel, waaruit met een druk op een toets bij de net-alsof handelingen, de vereiste Oebele-klanken losbranden, steeds maar weer opnieuw en opnieuw.
Ab Hofstee, die niet in de scène nodig is, deelt me dat hij ter voorkoming van een bon, even een kwartje gaat stoppen in de parkeermeter.
Bram van Erkel: “Nu nog weer even naar pagina 10, naar het liedje: Kin omhoog, borst bol…”
Het is tien over elf als dansmeester De Jong komt kijken hoe ver de heren van Oebele zijn. Om half twaalf zijn ze klaar met de portie voor deze maandag. Morgen om drie uur verder.

Hilversum
Derde momentopname: vrijdag 31 oktober, Hilversum, Studio II, half tien ’s ochtends; Oebele op zijn plaats van bestemming met zijn park met ballonnetjes, hotel, pomp en museum - gisteren opgebouwd door de decorafdeling van de NOS - wordt alleen nog bevolkt door technici, assistenten van technici en een paar brandwachten, in afwachting van wat komen gaat, zo tegen tien uur.
Oebele in zijn op een na laatste fase. Televisie-vaktaal: een beetje close, een ruim medium, een klein totaaltje, een two-shot en een lekker totaaltje, begeleidt de kindermusical in de te tellen uren op weg naar de rechtstreekse uitzending.
“Ik ga liever live de lucht in, zegt Bram van Erkel, het is wel onherroepelijk wat je dan doet: als er iets mis gaat gaat het ook meteen goed mis, maar de inzet van iedereen is het grootst als hij weet: nu of nooit!”.


De Oebele van vanmiddag begon - regisseur Bram van Erkel volgt op mijn verzoek in zijn agenda het spoor terug - op vrijdag 12 september, als een spel voor vier heren. Hij heeft toen het idee voor deze aflevering (feest, spoken en misdaad in Oebele) doorgepraat met tekstschrijver Harry Geelen, met componist Joop Stokkermans en producer René Sleven.

Elk zijn part en elk zijn deel. Harry Geelen kon aan de slag: hoe eerder Joop Stokkermans wat teksten van hem kreeg voor de liedjes, hoe eerder hij kon gaan denken over de muziek. De twee anderen gingen de contouren van Oebele globaal invullen. Via praten (met de NOS); denken (over locaties voor de buitenopnamen), telefoneren, luisteren, filmen, praten (met de leidster van het ballet), kilometers vreten naar betere locaties, telefoneren, praten (over de samenstelling van het Oebeler-orkest).
Vandaag, zaterdag 1 november is voor Oebele-10 het uur U. Het aftellen is 49 dagen geleden begonnen.
Vrijdag 17 okt. In de geluidsstudio in het koetshuis achter kasteel Nederhorst den Berg registreren de geluidsbanden de orkestmuziek die Joop Stokkermans aan Oebele-10 bijdraagt.

Zaterdag 18 okt. Weer dat koetshuis. ’s Ochtends om de zang van Wieteke van Dort en Willem Nijholt te voegen bij de orkestmuziek en ’s middags om deze optelsom af te maken met de stemmen van kinderkoor en kindersolisten.
Sedert maandag deze week: iedere dag, en op vaak onmogelijke uren “droge” repetities in zaaltjes in Amsterdam en Den Haag: gisteren voor het eerst in Hilversums Studio II, in het nog onbevolkte Oebele. Vanmorgen en vanmiddag in een Oebele, laatste repetities, met alle stukjes van de legpuzzel, met een Willem Nijholt, een Wieteke van Dort, een Ab Hofstee en een Herman Vinck, die nu onmiskenbaar Koen, Aagje, Paulus en Augustus zijn, met het Oebele-koor en het Oebeler-ballet.

Om tien voor vijf vanmiddag zal regisseur Bram van Erkel, die als omroepster het programma aankondigt, laten weten “Jongens, ’t is zover”. Dan “Cue en fade” als inleiding tot de vijftig minuten “live” waarin al die ijver en inventiviteit moeten worden waargemaakt.
Oebele-10 is rond; Oebele-11 is al onderweg, met praten, denken, filmen - enfin, ga zo maar door. 


© Het Parool

Reageer en deel Oebele met anderen

 

Sociale media

Facebook
RSS

 

Contact

Via e-mail