BEZOEK OOK EENS ONZE THEMASITE HAMELEN EN WAAR KEEK JIJ VROEGER NAAR?

1969 Het Vrije Volk - Dichteresje van 15 jaar nu Wieteke van 'Oebele'

Zaterdag 1 maart 1969

Van onze verslaggever Teun van den Berg

Het Vrije Volk 1 maart 1969Gravend in oude krantenknipsels reisden we tien jaar terug in de tijd en kwamen de naam tegen van Wieteke van Dort, toen een Haagse bakvis met behoorlijk lange vlechten, die - het ernstige kopje rustend in de handen - zéér melancholiek, op de krantenfoto van 4 februari 1959 vereeuwigd werd.

'Onze jongste dichteres,' aldus luidde de kop boven het lange artikel van de bloedserieuze criticus, die Wieteke’s literaire debuut (de bij Nijgh en Van Ditmar verschenen gedichtenbundel 'Handen') nog niet geheel en al 'volwassen' vond. Wieteke was toen 15 jaar. Nu, tien jaar later, is zij in elk geval in leeftijd volwassen. Wieteke van Dort woont nog steeds in Den Haag, bij haar ouders in een opmerkelijk groot huis. Erg gegroeid is ze de afgelopen tien jaar niet, de vlechten zijn verdwenen, desondanks ziet zé er - zo op het eerste oog - toch nauwelijks ouder dan twintig uit.

Zoals velen reeds weten: de dichteres van weleer is actrice-cabaretière geworden. In elk geval zijn de kinderen van haar nieuwe status op de hoogte, want Wieteke is het lollige, springerige meisje van' 'Oebele', de terecht zeer populaire kinderserie, waarin ook Willem Nijholt een glansrol speelt. Bekend is ze ook door een ander televisieprogramma voor kinderen: ze speelt de titelrol in 'Pinokkio'. Over de actrice-cabaretière straks; wil het schrijven nog wel vlotten? We stellen de vraag op een gemeen, maar journalistiek juist moment: als ze denkt, dat het interview is afgelopen.
Wieteke kijkt ons verbijsterd aan, slaat vervolgens met een vlug gebaar haar handen voor het gezicht en roept dan wérkelijk geschrokken: 'O nee, dat niet. Dat hadden ze toch nooit mogen doen, hè, dat uitgeven. Ze ('ze', want Wieteke zegt de naam van de uitgever niet meer te weten) hadden toch wijzer moeten wezen. Het was gewoon een weddenschap. Wedden, zei ik tegen mijn nichtje. Wedden, dat ze mijn gedichten nemen, omdat ik ze op mijn vijftiende schrijf. En toen heb ik die vijftien gedichten op één avond geschreven.

Nóg schrijven
Heeft ze er een eeuwige schrijversfrustratie aan overgehouden?
‘Ik schrijf nog steeds gedichten, verhalen. Toen ik achttien was heb ik bij dezelfde uitgeverij het manuscript voor een roman ingeleverd. Maar ze vonden het tóen nog niet rijp genoeg, geloof ik… Schrijven heeft Wieteke van Dort altijd gedaan, óók op het Haagse Johan de Witt-lyceum. 'De schoolkrant en toneelspelen, meer deed ik niet op school. Ik heb dan ook vijf jaar over drie klassen h.b.s. gedaan.' Wieteke van Dort werd in Indonesië geboren. Op haar veertiende jaar verhuisde ze naar Nederland. ‘Ik vond de overgang in het begin erg groot. De leerlingen op het lyceum waren veel kinderachtiger dan wij in Indonesië waren. Wij gingen al uit, deden van alles.'
Zeventien was ze toen ze voor kleuterleidster ging studeren. Twee jaar later deed ik op aandringen van Eric Vos toelatingsexamen voor de toneelschool in Amsterdam. 'Ik slaagde, hoewel ik me vergiste en een dag te laat op het examen kwam. In het eerste jaar heb ik in de avonduren de opleiding voor kleuterleidster afgemaakt.
Dat mochten ze op de toneelschool natuurlijk niet weten, want je mocht geen twee dingen tegelijk doen. Het tweede jaar op de toneelschool was geen succes. Mijn klasgenoten verweten mij dat het toneel me niets kon schelen. Maar ik vond ze zo verschrikkelijk fanatiek. Er werd zo hoogdravend over het toneel gesproken en dan heb ik altijd zin om het tegendeel te zeggen. Het ontbrak me toen zeker aan heilig vuur. Ik werd dan ook van de toneelschool afgezet.'

Vier jaar heeft Wieteke van Dort daarna bij Eric Vos' Nieuwe Komedie in Den Haag gespeeld. 'Toen Ik kwam zeiden ze: daar heb je onze nieuwe hulstravestiet. En inderdaad heb ik bij de Nieuwe Komedie een heleboel jongensrolletjes gespeeld. In Romeo en Julia heb ik de vrouwelijke hoofdrol gespeeld. Er stond een kind, schreven de meeste kritieken, en geen actrice. Ik miste de ervaring om Shakespeare te kunnen spelen, vonden de meeste critici.' Na Romeo en Julia kwam Wieteke weer in een kinderrol terecht. Ze vreesde de herhaling en verhuisde in november '68 naar het cabaret van Wim Kan. 'Van mijn zangleraar Kees Smulders in Den Haag hoorde ik dat meneer Kan een meisje zocht. In dat ene jaar heb Ik zo ontzettend veel geleerd. Meneer Kan geeft veel kritiek, maar doseert het zo, dat je het kunt verwerken. De ene avond dit, de andere avond dat. Mevrouw Kan is ontzettend actief. Ze blijft met mij buiten het cabaret nummers instuderen, omdat ze vindt dat je je repertoire steeds moet uitbreiden.

Ze zijn alle twee verschrikkelijk aardig, echt waar. Ik ging paardrijden, de volgende dag nam meneer Kan voor mij een prachtig boek over paardrijden mee. Een van de jongens uit het cabaret had geen schone overhemden meer, dan wil mevrouw Kan ze meteen wassen. We zijn hun kinderen.'
De televisie. Oebele en Pinokkio. Leuk hoor, zegt Wieteke. 'Dat kinderkoor van Henk van der Velden, geweldig goeie kinderen, joh. Ze playbacken beter dan Willem en ik. En een brieven dat we krijgen. Willem en ik schrijven zelf terug, sinds kort hebben we speciaal Oebele-postpapier. En 'n sjans, dat Willem bij de meisjes heeft! Die krijgt toch een liefdesbrieven, goed joh. Voor mij hebben alleen twee oude heren opgebeld. Toen zei de regisseur: ik zal mevrouw Van Dort even roepen. Nou, toen hoefde het niet meer...'


© Het Vrije Volk

Reageer en deel Oebele met anderen

 

Sociale media

Facebook
RSS