BEZOEK OOK EENS ONZE THEMASITE HAMELEN EN WAAR KEEK JIJ VROEGER NAAR?

1971 De Stem - Waarom Oebele zo hupsakee is

Zaterdag 6 maart 1971

door Wim Wennekes

De Stem 6 maart 1971

Paulus de Postbode staat die vrijdagmorgen even na elven met een invalidenwagentje voor een vreemd objekt op de derde verdieping van De Hallen, een tentoonstellingsruimte van het Haarlemse Frans Hals-museum. Even tevoren heeft hij bij aankomst hartgrondig gegodverd: "Wat een waardeloze stad. Je zoekt je hier een ongeluk naar een parkeerplaatsje voor je auto".

Man in gips
Het objekt op de derde verdieping van voornoemd gebouw interesseert hem volgens script mateloos. Hij is zojuist met het invalidenwagentje, waarin een volledig in verband en gips gehuld persoon, langs enkele tentoongestelde werken gelopen. Heeft aan de doodstille figuur in het wagentje tekst en uitleg gegeven. Ontdekt plotseling een knap vervaardigd bewegend kunstwerk. Staat met het wagentje daarvoor stil. Is - zoals regisseur (ex-reclameman) Bram van Erkel (38) het hem opdraagt: GE-FASCI-NEERD. "Je weet niet wat je ziet. Je wordt helemaal gek van dat draaiende ding. Je weet niet meer waar je bent, wie je bent, wat je doet. Je staat wezenloos voor je uit te staren." Paulus de Postbode roept: "O.K. Jongens. Ik heb het gesnopen. Wat mij betreft kunnen we beginnen. Geef maar een teken." Dat teken komt er. De camera loopt. Shot nummer zoveel van de 25ste aflevering van Nederlands populairste kinderserie Oebele wordt opgenomen. Paulus -in het bekende muisgrijze postbodepak- komt aanlopen. De clou van de scène: terwijl Paulus zo staat te staren wordt het wagentje hem ontfutseld door een imposant manspersoon in kort suède jasje. In Nederlandse stuntkringen uitermate bekend en berucht als krachtpatser Hammie de Beukelaer. Hammie rent weg met wagentje. Paulus komt weer tot zijn positieven. Schrikt. Loopt weg. Roept: "Me wagentje. Ze hebbe me wagentje gestolen. Ze hebbe me wagentje gestolen".

Het lijkt niks zo allemaal bij elkaar. Maar een complete opnameploeg is een halve dag bezig om het keurig netjes op film vast te leggen. Inclusief een buitenopname (Verband-pop wordt in wagen geworpen. Wagen rijdt snel weg) is die ploeg een hele dag in touw voor 1 minuut en 20 seconden film.

Bram wordt woest
D'oprechte kijkgeldbetaler zou kunnen opmerken, dat een en ander best wat sneller en dus goedkoper gerealiseerd kan worden. "Het is immers maar een kinderprogramma". Maar wee je gebeente wanneer je Bram van Erkel, de grote man achter Oebele, deelgenoot maakt van deze opvatting. De kans is groot dat hij beleefd woest wordt. Tussen de opnamen door neemt hij er die dag graag even de tijd voor. Onder het genot van twee kroketten met brood vertelt hij in het aan de Haarlemse Grote Markt gelegen bier- en eethuis Wienerwald (350 vestigingen in Europa meldt de spijskaart), dat het onzin is om zo te redeneren. Hij doet het geduldig, maar dat ligt in zijn aard.

Bram van Erkel: "Je hoort dat wel vaker zeggen. Waarom zoveel moeite gedaan voor een kinderprogramma? Waarom met een cameraploeg een paar dagen d'rop uittrekken om links en rechts in het land opnamen te maken, die in de uitzending maar een paar minuten van het programma vol maken? Wat kost dat niet? Het kan toch ook in de studio? Nee, het kan niet in de studio. We hebben 2 dagen de tijd om in de studio te werken. Die dagen hebben we hard, heel hard nodig voor de opnamen van de scènes met de kinderen. Wat we ook maar even buiten kunnen doen, doen we buiten. Je moet het zo zien: bij de opzet van Oebele zijn we ervan uitgegaan, dat het iets goeds moest worden. Een kinderprogramma met een volwassen aanpak. Geen flutje, dat je zomaar even uitpoept. Je maakt geen goed kinderprogramma wanneer je een verhaaltje pakt en enthousiast uitroept: "Goh, kijk nou eens wat een leuk verhaaltje. Kom kinderen, kom bij ome op schoot, dan zal ik eens leuk vertellen." Kies je voor die toer, dan kun je wel inpakken met je kinderprogramma. Het is een ontzettend afgezaagde kreet, maar kinderen zijn erg kritisch.

De kinderen voelen zich enorm betrokken bij Oebele. Het is een deel van henzelf. Ze kunnen er volledig in opgaan. Oebele speelt zich af in een wereldje waarin zij zich thuis voelen. Een pretpleintje. Met herkenbare figuren, zoals Paulus de Postbode. Maar er zijn maar weinig mensen die erbij stil staan hoeveel werk en inzet ervoor nodig is om zover te komen. We steunen bij Oebele op een geweldige tekstschrijver in de persoon van Harrie Geelen, we hebben vlotte muziek van Joop Stokkermans. Dat is een basis waarop je iets kunt bouwen. Daar komt bij, dat de KRO niet erg beknibbelend optreedt bij het beschikbaar stellen van geld voor Oebele. Elke produktie vergt tussen de 20 en 25 mille aan kosten. Voor een kinderprogramma geen misselijk bedrag." Hoe zijn nu de reakties van de kinderen zelf. Komt er veel post op Oebele binnen?"

Oma belt op
Bram van Erkel: "Stapels brieven. Veel tekeningen ook. Ontelbare verzoekjes van kinderen of ze alsjeblieft ook mogen komen. Ook van ouders, die in het gelukkige bezit zijn van een zoontje of dochtertje dat toch o zo leuk kan zingen en acteren. Hele horden oma's bellen me. Of ik geen gaatje zie voor hun kleinkind. Maar ik ga daar nooit op in. Ik heb kinderen zat. Het koor krijg ik via Henk van de Velde, een Amsterdammer die meestal wat vermoeid rond loopt, maar dat heeft niets met zijn omgang met kinderen te maken. De meisjes van het ballet komen van Den Haag. Maar ze blijven maar bellen, die ouders. Vanuit Groningen, Maastricht, Heerhugowaard, Emmeloord. Je kunt het zo gek nog niet bedenken of ze bellen. Maar ik zeg elke keer: luister eens beste meneer of beste mevrouw; wanneer we Uw zoontje of dochtertje voor Oebele kunnen gebruiken betekent dat voor zo'n kind twee tot drie keer in de week een uurtje of wat repeteren. Dat betekent voor U twee tot drie keer in de week brengen en halen. Maar dat is allemaal geen bezwaar. Als ik er maar voor zorg, dat hun kind op dat scherm komt, rijden ze desnoods alle dagen om de wereld. Zoiets vind ik absurd. Dat zouden de ouders zelf ook moeten inzien. We zijn nu eenmaal ontzettend bang om kindersterretjes te kweken. D'r is ook geen kind in de Oebele-groep, dat elke keer de hoofdrol te vervullen krijgt. Ik waak er angstvallig voor, dat èèn bepaald kind teveel complimentjes krijgt van opa, oma, oom en tante, pappa en mamma."
Heeft hij enig idee waarom dat medium teevee zo trekt? Bram van Erkel: "Televisie bereikt een groot publiek. Dat zal het wel zijn. Ik merk het elke keer weer. Ook met buitenopnamen voor Oebele. Zodra mensen een televisiecamera zien, beginnen ze te zwaaien. Daar kan ik me af en toe gruwelijk over ergeren."

Vluchten
Hoe is het met de populariteit van de diverse beroepsacteurs en actrices, die aan Oebele meedoen. Willem Nijholt, Wieteke van Dort en Ab Hofstee bijvoorbeeld. Van Erkel: "Nou, van Willem weet ik bijvoorbeeld, dat hij zo vaak werd lastig gevallen, dat hij de PTT om een geheim telefoonnummer heeft moeten verzoeken. En Appie wordt ook geloof ik nogal eens geattendeerd op zijn populariteit als Paulus de Postbode." Ab Hofstee: "Je mag het natuurlijk nooit laten merken, maar af en toe vreet het je wel op die populariteit. Deze zomer was ik op vakantie. Ik heb moeten vluchten. Eerlijk, weg moeten vluchten. Ik had constant kinderen aan mijn lijf hangen. Paulus, kaik 's ik ken op me klauwe staon. Kaik 's Paulus."

Hij liegt er geen woord van. Ter illustratie drie voorbeelden.
Voorbeeld 1: De opnamen in De Hallen zijn voorbij. Ab Hofstee loopt de tentoonstellingsruimte uit. Een klas schoolkinderen mèt onderwijzer bezoekt net de expositie. De hele groep ziet Paulus en rent met onderwijzer naar hem toe.
Voorbeeld 2: Ab Hofstee op weg van De Hallen naar café Wienerwald, een afstand van misschien 150 meter. Alles wat te voet of per fiets passeert herkent hem. Er wordt steeds gekeken en luid "Hé Pauuuuuuuluuuuus" geroepen.
Voorbeeld 3: In Wienerwald wordt Hofstee al zeer snel op de schouders getikt door een struise dame in dure bontmantel. Paulus kijkt op. De dame roept uit: "Ja, hoor. Hij is het. U bent toch Paulus hè. Van de televisie. Jazeker. Ik zag U binnen komen. Ik denk: die ken ik. Weet U, dat ik 't nou eens vreselijk leuk vind om U eens in het echt te zien. Weet U, ik heb een kleindochtertje van vijf. Die kan reuzeleuk zingen. Kunt U niet eens...."

Zo populair
Bram van Erkel: "Ik heb nog een mooi voorbeeld hoe populair Oebele is. Een tijd geleden hadden we in een van de afleveringen het complete elftal van Feijenoord. Nou is er vreselijk veel gekletst over het honorarium wat die jongens voor hun verschijnen in Oebele hebben gekregen. Er zijn zelfs bedragen genoemd van tegen de tienduizend gulden. Neemt U van mij aan: de heren van Feijenoord hebben stuk voor stuk vijftig gulden figurantengeld gekregen en geen cent meer. Maar daar gaat het niet om. Waar ik naar toewil is dit te zeggen. Toen het zoontje van Laseroms hoorde, dat zijn vader in Oebele kwam, moet-ie zoiets gezegd hebben van: "Pappa, je kunt aardig voetballen, maar nu je in OEBE-LE komt ben je voor mij pas de bink." Kijk, als je zulke dingen hoort, weet je waarvoor je werkt. Dan bedenk je je wel drie keer voordat je zegt: Ach, het is maar een kinderprogramma. Oebele is veel meer. En daarom is Oebele waarschijnlijk ook zo hupsakee."


Tekstschrijver Harrie Geelen : "De mensen kennen me niet"

De man die nu al 25 afleveringen lang voor Oebele in de pen moet klimmen is Harrie Geelen. Een van een weelderige haardos voorziene zuiderling, die geboorteplaats Heerlen ontvluchtte voor een aardig bestaan als creative director bij de Marten Toonder-studio's in Nederhorst Ten Berg. Oebele is voor hem maar een bijzaak, een hobby. Terwijl heel Oebele van hem afhangt is er bijna geen mens, die deze 32-jarige vader van twee kinderen kent. Vindt hij het jammer, dat hij niet zo populair is als de acteurs en actrices, die zijn werk uitvoeren?

Harrie Geelen: "Dat is het noodlot. De mensen kennen geen tekstschrijvers. Ga maar de straat op en vraag voorbijgangers welke tekstschrijvers ze kennen. Met enig diep denkwerk komen ze hooguit op de naam van Annie M. G. Schmidt. Maar Harrie Geelen. Nee, daar hebben ze nooit van gehoord. Dat komt: ik sta niet in de gids genoemd bij de medewerkenden. Televisieroem is alleen maar gebaseerd op zoveel keer per jaar te zien zijn op het scherm".

Hoe lang doet hij over één aflevering van Oebele?

Harrie Geelen: "Ik schrijf het verhaal in een weekend. Daarna neem ik vier dagen om veranderingen aan te brengen. De liedjes kosten me een dag per stuk. Dus zeg maar, dat ik er een week mee bezig ben. Niet acht uur per dag hoor, maar af en toe zo even d'r tussendoor."

Hij heeft zelf kinderen. Hoe reageren die op pappa's pennevruchten?

Harrie Geelen: "De jongste is 2, dus die reageert helemaal niet. Maar m'n zoontje van zeven kan er nèt met z'n pet bij. Echt wat je noemt steun heb ik niet aan hem. Daar issie nog net ietsje te jong voor. Ik probeer wel de liedjes met hem uit. Die vertel ik dan gewoon als verhaaltje. Vindt-ie 't leuk, dan praat hij er na een paar dagen nog over. Maar in praktijk komt het er dus op neer, dat ik er helemaal alleen voor sta. Met liefde, hoor. Met heel veel liefde, want voorlopig kan ik echt nog niet buiten Oebele." 
 


© De Stem

Reageer en deel Oebele met anderen

Plaats reactie

 

Sociale media

Facebook
RSS