BEZOEK OOK EENS ONZE THEMASITE HAMELEN EN WAAR KEEK JIJ VROEGER NAAR?

1971 De Tijd - Tekstschrijver Harrie Geelen: Altijd die elfjessfeer in kinderprogramma’s

Donderdag 18 maart 1971

Oebele 25 keer hupsakee

Kees Brants

De Tijd 18 maart 1971Waarom is Oebele zo hupsakee? Uit een onderzoek van de NOS is gebleken dat tweederde van de ondervraagde moeders namens hun kinderen vindt dat er 's middags te weinig kinderprogramma's zijn. Oebele gaat één zaterdagmiddag per maand de lucht in, en toch is het hupsakee, of althans zeer populair. Ook de ouderen zijn langzamerhand vertrouwd geraakt met Paulus de Postbode, Billy Biggelaar (indertijd door de plaatselijke voetbalclub FC Oebele gekocht voor de somma van f 27,50), Aagje Ritsema en Geesje Zoet.
Oebele is zaterdagmiddag voor de 23ste maal hupsakee. Een jubileum is er niet bij. De kinderen van het Oorverdovend Overfraai Oebeler Omroepkoor zingen gewoon door, terwijl uit het NOS-rapport de conclusie te trekken valt dat de televisie te weinig aandacht besteed aan de helft van de twee en een kwart miljoen kinderen, die iedere woensdag en zaterdag voor de beeldbuis zitten.
Oebele's tekstdichter Harrie Geelen voelt niet zo veel voor een jubileum in het script. “Jubilea zijn voor mensen die oud worden,” zegt hij. “Het benadrukt de vergankelijkheid. Trouwens het kan niet eens, want Oebele is elke dag al zie je het maar eens in de maand. Zo is Koen bijvoorbeeld presentator, maar tegelijk beleeft hij iets. Maar beleeft of herbeleeft hij het nou? Als je in de uitzending zit kan je geen tijdsprong meer maken.”

Limmericks
De 32-jarige, zwaar behaarde Harrie Geelen is behalve echte vader van twee kinderen en geestelijke vader van het Oebeler gebeuren, ook nog regisseur-producer bij de Marten Toonder Studio's in Nederhorst den Berg. Hij is een zeer driftige prater, zijn woorden benadrukkend met gebaren en zo nu en dan zelfs zijn betoog speleind (acterend). Hij is net terug uit Marokko, waar hij met de gebroeders Lutz voor C & A een aantal reclamespots heeft gemaakt. (“Tijdens de lange stukken in de auto hebben we voortdurend limericks gemaakt; als liedjesschrijver moet je gek zijn op limericks”).
Zijn vrouw zit naar de televisie te kijken: Peyton Place. “Dat is een programma wat ik nooit oversla”, zegt hij. “Alles eraan is vals. ‘t Is alles wat Nixon is, een typisch Nixon-programma. Het is de jeuk, waar ik altijd fijn aan kan krabben. Ik zal er altijd naar blijven kijken, al is het alleen maar vanwege mijn werk: het is technisch knap gemaakt en dat wordt van mij ook verwacht met mijn reclame-spots.”
Over kinderprogramma's. “Ze hebben allemaal die elfjessfeer, dat popperige. Olijk, dat is het woord. Het is zo duidelijk voor kinderen. Oebele is dat niet. Paulus de Postbode kan zo in de Mounties bijvoorbeeld. Hij is een ongevaarlijke gek die in een gesticht hoort, maar wel los mag lopen. Net zoals de figuren uit Dubbeldekkers. Swiebertje is een uitstekend geschreven programma, maar hij is een gecastreerde figuur. Zijn verhouding met die juffrouw Saartje is alleen maar gebaseerd op koffie en koekjes. Dat is de werkelijkheid toch niet?”

“In een kinderprogramma gaat ook nooit iemand dood. Ja, het zou natuurlijk te gek zijn als Swiebertje of Paulus dood zouden gaan, daarvoor is de binding te groot. Maar het hele probleem van het sterven of ouders die scheiden bijvoorbeeld. Ik heb een kind wel eens laten antwoorden op de vraag: Wat heb jij deze vakantie gedaan? “Drie weken met mijn vader en drie weken met mijn moeder.” Er zijn nogal wat kinderen met gescheiden ouders.”

De reden waarom Oebele zo'n succes heeft bij de kinderen is misschien omdat de KRO zoveel geld in dit jeugdprogramma stopt. Iets wat niet bij iedere omroep het geval is. De opmerking “'t Is maar een kinderprogramma” is vaak voldoende om het budget meteen tot het minimum te beperken. De KRO is met zo krenterig voor de kinderen. Misschien wel, omdat kinderprogramma's ook zo vaak door ouderen bekeken worden (Fabeltjeskrant).
Harrie Geelen: “Als ik leuk schrijf voor kinderen vinden de ouders het ook leuk. De gemiddelde kijker is een kind van dertien jaar, denk ik. Wat niet weg neemt dat wel eens woorden gebezigd worden die de helft niet kent, maar dat geeft niet. Het is niet per se een opvoedend programma. Het is niet opvoedend om woorden te vermijden, die je normaal ook gebruikt zou hebben.
Ik schrijf de teksten voor mijzelf en switch dan over op een leeftijd van twaalf, dertien jaar. Dat kost niet zo'n moeite. Bij Toonder heb ik geleerd in dertien seconden iets voor de hele dommen, heel vlug te zeggen. Dat heeft voor Oebele zijn vruchten wel afgeworpen. Ik denk steeds bij het schrijven: “Zouden ze het wel begrijpen?” Het belangrijkste is dat de bedoeling duidelijk is.
Wanneer ik bijvoorbeeld schrijf: “Jongens, ik moet nu weg”, dan kan dat op allerlei manieren, dramatisch, angstig, juichend, uitgesproken worden en ook uitgelegd. Maar één ding is duidelijk: ik moet weg. Soms schrijf ik een tekst voor Willem Nijholt, maar moet Billy Biggelaar hem uitspreken, omdat Willem er niet is. Dat gebeurde vroeger ook wel met Shakespeare's Hamlet. De mensen zijn onderling verwisselbaar.”

Duizendpoot
Harrie Geelen is een beetje een duizendpoot. Hij ontwerpt, tekent, regisseert, schrijft teksten, liedjes en is daarnaast een niet onverdienstelijk schilder (van naïef naar nieuw-figuratief). Jaren geleden schreef hij voor het Amsterdams Studenten Cabaret Sing Sing de teksten. Tot voor kort schreef hij liedjes voor mensen als Liesbeth List en Boudewijn de Groot. Sinds Oebele wordt hij alleen maar gevraagd voor kindermusicals, en ander jeugdwerk. Dat zit hem niet zo lekker.

“In mei stoppen we een tijdje”, zegt hij, nadat hij aan de hand van een van veel doorhalingen voorzien uitgetikt liedje heeft aangetoond dat rijmen meestal wiskunde is. “Je raakt teveel gebonden aan wat men kinderprogramma's noemt. Bram (van Erkel: Oebele-regisseur) heeft dat ook. Je krijgt een soort kinder-etiket opgeplakt, terwijl wij juist al die tijd gepoogd hebben dat etiket los te weken.”

 


© De Tijd

Reageer en deel Oebele met anderen

 

Sociale media

Facebook
RSS