BEZOEK OOK EENS ONZE THEMASITE HAMELEN EN WAAR KEEK JIJ VROEGER NAAR?

IJdeltje de doe-ut-ze-elf

 
Tekst

Harrie Geelen

Muziek
Joop Stokkermans

Uitvoerenden
Willem Nijholt, koor

Aflevering
14 Het groot hocus-pocus-pas konkours


De koning van de elven, hij heette dacht ik Oberon
Was eigenlijk de baas in 't bos omdat ie zo goed toov'ren kon
Hij wist waarom het winter werd en kon het laten sneeuwen
Wat prettig voor de pinguïns was maar lastig voor de leeuwen

En als het ook eens lente werd, wat meestal mocht gebeuren
Dan verfden ze 't hele bos met watervaste kleuren
De waterval werd eind april, mei uiterlijk, ontdooid
En vlak voordat het herfst was werd hier en daar gehooid

Zo was voor alle elven
Het hele jaar seizoen
Maar ééntje heette IJdeltje
En die wou nooit iets doen

IJdeltje, IJdeltje
IJdeltje de duffe e-elf
Liever lui dan moe
Kneep de ogies toe
En geeuwde: 'Doe ut zè-èlf'

IJdeltje, IJdeltje
IJdeltje de duffe e-elf
Speelde op de fluit
Stak geen vinger uit
Of deed alleen de he-elft

Zo was't keertje was het lente en het bos stond vol met krokussen
Toen zeien alle elleven toe IJdeltje help nou ook 's, hè
Rol jij een keer de grasmat uit en lak de groene blaadjes
Of stofzuig bij de reuze-eik maar let wel op de zaadjes

De vliegenzwam moet rood gelakt
Met kleine spatjes wit
D'r komt nog eens een tijd dat jij
Te lui bent dat je zit

IJdeltje, IJdeltje
IJdeltje de duffe e-elf
Liever lui dan moe
Kneep de ogies toe
En geeuwde: 'Doe ut zè-èlf'

IJdeltje, IJdeltje
IJdeltje de duffe e-elf
Speelde op de fluit
Stak geen vinger uit
En deed alleen de he-elft

Toen dacht die luie IJdeltje opeens aan koning Oberon
En aan z'n kleine toverstok waarmee ie zo goed toov'ren kon
Ze zei wanneer ik dat ding heb dan laat de boel maar waaien
Het woud is in een wip aan kant, je hoeft alleen te zwaaien

De koning was als altijd druk
De hele dag op pad
Dus IJdeltje had wel geluk
Sluip, sluip, en dat was dat

IJdeltje, IJdeltje
IJdeltje de duffe e-elf
Liever lui dan moe
Kneep de ogies toe
En geeuwde: 'Doe ut zè-èlf'

IJdeltje, IJdeltje
IJdeltje de duffe e-elf
Speelde op de fluit
Stak geen vinger uit
En deed alleen de he-elft

Ze riep ik wil de tulpen uit en ook de rode rozelaar
Nou heb ik zin in pakken sneeuw alleen bij die frambozen daar
De maan moet links, de zon moet rechts, de beek moet zacht bevroren
En verder wil ik, nu het waait, de vink wat beter horen

En alles was bij toverslag
Zoals ze 't had gewild
Een winderige zomerdag
Met sneeuw, zo zei De Bilt

IJdeltje, IJdeltje
IJdeltje de duffe e-elf
Liever lui dan moe
Kneep de ogies toe
En geeuwde: 'Doe ut zè-èlf'

IJdeltje, IJdeltje
IJdeltje de duffe e-elf
Speelde op de fluit
Stak geen vinger uit
Of deed alleen de he-elft

Maar net op tijd kwam Oberon het ijs af, met een zonnesteek
Terwijl in het besneeuwde bos de zomer net begonnen leek
De maan keek bij de waterval bleek lachend door de takken
Gelukkig had men voor de storm het stafje weer te pakken

Maar als het soms in jullie straat
Alleen aan één kant giet
Of 's avonds de lantaarnpaal
In één klap wortel schiet
En rozen op de spoorbaan staan
Verslingerd in de rails
Dan weet je dat was IJdeltje
IJdeltje was weer speels

IJdeltje, IJdeltje
Ijdeltje de doe-ut-ze-elf
Krijgt het voor elkaar
Speelt die dingen klaar
IJdeltje de doe-ut-ze-elf
IJdeltje de zeg-nou-ze-elf
 


© KRO/Harrie Geelen/Joop Stokkermans

Reageer en deel Oebele met anderen

 

Sociale media

Facebook
RSS