BEZOEK OOK EENS ONZE THEMASITE HAMELEN EN WAAR KEEK JIJ VROEGER NAAR?

1971 Prinses - Een dagje in Oebele

13 februari 1971

Tekst: Corine Bevelander
Foto’s: Evert de Vries

Prinses 13 februari 1971

“Meneer, ik wil ook graag een keer meedoen aan Oebele. Het mag van mijn moeder, maar ik weet niet waar het is. Wilt u me dus een keer komen halen? Maar kom dan niet te vroeg, want op zaterdag slapen we thuis altijd uit.” Brief van een klein meisje aan “de meneer die Oebele maakt.”

Na iedere uitzending van het kinderprogramma Oebele komen er honderden brieven bij de KRO binnen. Daaruit blijkt wel, dat het programma zeer goed aansluit bij kinderen en, blijkens de resultaten van kijkonderzoeken, ook bij volwassenen.
Prinses ging een dagje naar Oebele om eens te kijken hoe het er “in het echt” uitziet en wie de mannen achter het programma zijn.

Rommeltje
Oebele staat niet in de atlas en is in geen telefoonboek op te zoeken. Maar na wat speurwerk is het toch te vinden in de doolhof die de NOS-studio’s in Hilversum vormen.
Wanneer je op zaterdag van een Oebele-uitzending studio zes binnenkomt, lijkt het op het eerste gezicht maar een rommeltje. Er lopen massa’s mensen rond van wie je je afvraagt of ze wel allemaal iets met Oebele te maken hebben. Ergens in een hoek staat regisseur Bram van Erkel, een donkere, rustige man van 38 jaar, aan de spelers instructies te geven. Meisjes van het Oebeler Buitelballet klimmen telkens weer op de stoel van de cameraman en de pogingen ze eraf te sturen hebben nauwelijks effect. Een paar meisjes van een jaar of acht die niet hoeven te repeteren, liggen in slaapzakken op de grond te giechelen. Onder de eik op het Oe-plein vertelt Ab Hofstee alias Paulus Post een verhaaltje aan een meisje dat op z’n knie zit. En verder lopen er fotografen en technici rond, vaders en moeders van jonge Oebele-inwoners en nog veel meer mensen die waarschijnlijk, net als ik, nauwelijks iets met Oebele te maken hebben. Toch wordt er hard gewerkt in de studio, al is het meeste werk al gedaan, want de uitzending komt natuurlijk niet in één zaterdag tot stand.

Vóór Harrie Geelen een Oebele-aflevering schrijft, steken eerst regisseur Bram van Erkel, producer René Sleven en Harrie Geelen zelf de koppen bij elkaar om het onderwerp voor die aflevering te denken. Is dat gebeurd, dan gaat Harrie Geelen aan het werk. Hij schrijft ook de liedjes die een belangrijk onderdeel vormen van iedere aflevering. De liedjes worden op muziek gezet door Joop Stokkermans en daarna gaan ze naar het kinderkoor van Henk van der Velde, dat ze instudeert.
Soms verzint Harrie Geelen dingen die onuitvoerbaar lijken, zoals de voetbalwedstrijd Oebele—Feijenoord. Het is de taak van de producer om te kijken óf en zo ja hóe de verzinsels van de schrijver te verwezenlijken zijn en daarvoor contacten te leggen.

Trots
Producer Sleven vertelt, dat het niet moeilijk was om Feijenoord te strikken voor een uitzending: “Het zoontje van een van de Feijenoordspelers had tegen zijn vader gezegd: papa, ik ben trots op je dat je voetbalt, maar ik ben helemáál trots op je wanneer je tegen Oebele voetbalt.” Waarop papa zwichtte en met hem de hele Feijenoordploeg.
Harrie Geelen verzon ook een optreden van Oebele in de Tweede Kamer. Voor de Oebele-kinderen zijn de film-opnamen kostelijke uitstapjes. In de Tweede Kamer zaten ze allemaal even in de zetel van voorzitter Van Thiel, ze hamerden allemaal even met de voorzittershamer en waarschijnlijk weerklonk de kreet “Leve de republiek” voor het eerst door de plechtige gebouwen aan het Binnenhof.
Al wordt Oebele “live” (direct) uitgezonden, onderdelen als bijvoorbeeld de voetbalwedstrijd, de Tweede Kamer en het tochtje naar Engeland worden van tevoren opgenomen.

“Uitlichten”
Op de donderdag vóór een Oebele-uitzending wordt in de studio het decor opgebouwd. De huizen worden neergezet, het snoepwinkeltje van Geesje Zoet, het Oe-plein met de eik en het parkje, alles van hard- en zachtboard. Het lijkt allemaal veel kleiner dan op televisie, alles staat op enkele passen van elkaar. Op de dag erna, vrijdag, vinden de muziekrepetities en de geluidsopnamen plaats en wordt het decor “uitgelicht”, wat inhoudt dat de talloze lampen die aan het plafond van de studio hangen, worden opgesteld in de juiste positie. Op zaterdag tenslotte vinden de laatste repetities plaats en is de uitzending.

Derde seizoen
Alleen op zaterdag kan er de hele dag gerepeteerd worden, omdat alle kinderen die meespelen in Oebele nog naar school gaan. Men begint ’s morgens om half tien. De manier waarop Bram van Erkel, Oom Bram voor de kinderen, met de jongste acteurs omgaat, is geweldig. Ze zijn gedisciplineerd, ze beginnen niet te zeuren wanneer ze een poosje niets te doen hebben en ze spelen iedere keer weer met plezier, ze leven zich helemaal in, hoe vaak ze soms bepaalde scène ook moeten overdoen. René Sleven zegt daarover: “De kinderen moeten het gevoel hebben dat er waarde aan hun oordeel wordt gehecht, we luisteren naar ze als ze iets te zeggen hebben. En soms hebben ze ideeën die we kunnen gebruiken. Wanneer je ze verantwoordelijkheid geeft, gaat alles goed.”
Van Erkel is het daar helemaal mee eens. Hij zegt: “We hebben ook veel door ervaring geleerd. We zijn nu aan het derde seizoen bezig, maar in het begin liep alles zo soepel niet. Nu weten de kinderen inmiddels hoe alles in elkaar zit en het levert nog maar weinig moeilijkheden op.”
Heeft Oebele ook een “bedoeling”? Zonder aarzelen zegt Bram ban Erkel: “Nee. Het enige dat wij willen is een goed kinderprogramma maken, zonder lering of moraal.” Toch kunnen kinderen heel wat leren van Oebele, omdat Harrie Geelen er en passant moeilijke woorden laat uitleggen en bepaalde facetten van de maatschappij belicht, maar gelukkig staat dat nooit voorop in zijn teksten.

Spanning
Het leuke van Oebele is vooral, dat het altijd zo’n spontane, ietwat rommelige indruk maakt. “Toch,” zegt René Sleven, “is de chaos georganiseerd. Iedere stap die de spelers verzetten, staat bij wijze van spreken in het draaiboek.”
En dat blijkt dan ook wel op zaterdag, want er wordt gerepeteerd tot alle spelers hun rol kunnen dromen. Dat het toch een spontane indruk wekt, komt waarschijnlijk voornamelijk door de kinderen die meewerken en dat zeer enthousiast doen. Bovendien speelt ook het feit dat het een live-uitzending is een rol, de spelers werken onder de spanning van “het moet goed gaan, het kan niet over”.
Vinden de acteurs die meedoen het ook fijn om voor kinderen te werken? “Zalig,” zegt Marjan Berk, alias Geesje Zoet en Ab Hofstee vind het “verrukkelijk”. Net als hij dat gezegd heeft, komt er een meisje naar hem toe met de mededeling dat ze moet overgeven en Paulus, deze keer in veldwachtersuniform, spoedt zich met het meisje weg naar veiliger oorden. Het snoep in de winkel van Geesje is in elk geval nièt van zacht-board!

Selectie
Hoeveel kinderen werken er eigenlijk mee aan Oebele? We putten uit een arsenaal van zo’n 250 kinderen, waarvan er per uitzending 8, 12 of 16 meewerken, afhankelijk van het onderwerp. Alle kinderen krijgen een gelijke kans en vooral bij de filmopnamen letten we erop dat er steeds anderen meegaan. Toen we naar Engeland gingen, bijvoorbeeld, was er een jongetje bij dat nog nooit buiten Amsterdam was geweest. Toch vindt er vanzelf een selectie plaats, er zijn nou eenmaal kinderen die het leuker doen de anderen.”
Het is grappig te horen met hoeveel gemak de kinderen omgaan met Engelse televisietermen. Ze praten over “playbacken” en “close-ups” alsof ze het over knikkeren hebben. Aan een meisje van tien jaar vroeg ik, vlak voor de uitzending, of ze zenuwachtig was.
“Waarom?” vroeg ze verbaasd.
“Nou, als je op televisie komt, zien miljoenen mensen je.”
“Ik ben er niet echt zenuwachtig door, hoor. Ik doe bij de uitzending precies hetzelfde als bij de repetities, alleen doe ik het dan op m’n allerbest,” zei ze op een wat ongeduldige “wie-snapt-dat-nou-niet!”-manier.
Inderdaad is er van zenuwen niets te bespeuren bij de kinderen. Ze lijken meer aan televisie gewend dan veel ouderen, al zie je ze zo nu en dan wèl hun best doen om in beeld te komen. Tenslotte zitten papa en mama en alle vriendjes en vriendinnetjes te kijken.

Ingewikkeld
Boven de studio zijn een drietal cabines waar de technici zitten. Op acht monitors verschijnen de beneden opgenomen beelden en de regisseur kiest daaruit het beeld dat hij in de huiskamer wil hebben. Het ziet er flink ingewikkeld uit, alleen al voor de lampen in de studio staan er een paar schakelpanelen vol knoppen, toetsen en handels. Via koptelefoons kan de regisseur instructies geven aan de cameramannen; dat kan hij dus ook tijdens de uitzending doen, want behalve de man met de koptelefoon hoort niemand het. Alleen al wat technisch personeel betreft, zijn er vijftig mensen nodig voor een Oebele-aflevering; beeldtechnici, geluidstechnici, schakeltechnici enzovoorts.
Wordt een kinderprogramma even serieus genomen als een programma voor volwassenen? René Sleven: “Vroeger niet, vroeger werden kinderprogramma’s opgenomen in de kleinste, slechts geoutilleerde studio en er werd weinig geld voor uitgegeven. Maar nu zitten we wel goed, we hebben een goeie studio en financieel kunnen we ons heel wat veroorloven.” Ook Bram van Erkel zegt dat de repetities voor Oebele even serieus zijn als die voor een volwassenenprogramma. “Kinderen zijn kritisch”, zegt hij, “ze zouden het echt wel merken als we er met de pet naar gooiden.”
Bram van Erkel regisseert Oebele al vanaf de eerste aflevering. Gaat het inmiddels niet vervelen? “Nee,” zegt hij, “werken voor en met kinderen is erg leuk werk. Ik heb er veel plezier in.” En hij is er goed in, dat kunnen we eens per maand constateren.


Met dank aan Ellen Imhof-Lange
© Prinses

Reageer en deel Oebele met anderen

 

Sociale media

Facebook
RSS